Kantoorgebouwen moeten vanaf 2023 voldoen aan het energielabel C. Dat staat in een brief van minister Stef Blok (Wonen en Rijksdienst) aan de Tweede kamer.

De maatregel vloeit voort uit het Energiekantoor. Zowel publieke als private gebouwen met een kantoorfunctie moeten uiterlijk 1 januari 2023 een Energie-Index (EI) van minimaal 1,3 hebben. Dit komt overeen met label C. De verplichting geldt dan voor het hele gebouw. Kantoorgebouwen met een slechter energielabel mogen vanaf 2023 niet meer als kantoor worden gebruikt.

Terugverdientijd

Het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) en het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) hebben becijferd dat de maatregel een bijkomende energiebesparing van 8,6 petajoule oplevert in 2023. Hiervoor moeten kantooreigenaren eenmalig 860 miljoen euro investeren in energiebesparende maatregelen. Kantoren met een energielabel D tot F kunnen zonder bouwkundige ingrepen het C-label halen. Aanpassingen aan gebouwinstallaties volstaan. Bij kantoren met energielabel G zijn ook maatregelen als glas- of dakisolatie nodig. Volgens het EIB en ECN ligt de terugverdientijd van de benodigde maatregelen tussen de 3 en 6,5 jaar.

Verkennend onderzoek

Monumenten en hele kleine kantoren worden (vooralsnog) uitgezonderd. De overheid start wel een verkennend onderzoek naar de besparingsmogelijkheden, het draagvlak, investeringskosten, opbrengsten en terugverdientijden in de overige utiliteitsbouw (winkels, scholen, …). Hierbij worden vertegenwoordigers van de verschillende sectoren betrokken.

Meer controle

Bedrijven en instellingen die meer dan 50.000 kWh of meer dan 25.000 m3 gas per jaar verbruiken, moeten nu al verplicht investeren in energiebesparende maatregelen als de terugverdientijd onder de vijf jaar ligt. De controle hierop door gemeenten en omgevingsdiensten schiet tekort. Daarom heeft het kabinet in november twintig extra toezichthouders voor de omgevingsdiensten beschikbaar gesteld.