Grote verstoringen op het spoor leiden in Nederland al gauw tot honderdduizenden ontevreden reizigers. Jean-Pierre van Eekelen, Corporate Business Continuity Officer bij ProRail, heeft dan ook maar één primaire KPI: rijdende treinen.

Van Eekelen vertelde dit onlangs tijdens een evenement van het Business Continuity Institute. ProRail is verantwoordelijk voor de Nederlandse spoorinfrastructuur, die dagelijks door zo’n 1,2 miljoen personen wordt benut. Daarnaast worden iedere dag ruim 100.000 ton goederen vervoerd over het spoor. Door de dichtheid van het spoornet kan een kleine verstoring al snel grote gevolgen hebben.

BCM in de praktijk

Van Eekelen werkte lang als Asset Manager bij ProRail. Hij heeft in die hoedanigheid enkele grotere crises gemanaged en weet dus goed wat Business Continuity Management (BCM) in de praktijk betekent. Zo vroren in de winter van 2005 veel spoorwissels vast. Het was een haast onmogelijke opgave om deze in korte tijd te ontdooien, aangezien ProRail te weinig onderhoudsploegen had. “Waarom hadden we dit niet kunnen voorzien?” vroeg Van Eekelen zich destijds af. “Op zo’n moment besef je hoe belangrijk het is om met BCM altijd dicht bij Operations te blijven.”

Kwetsbaarheden

Het spoorsysteem is om meerdere redenen kwetsbaar. Het is fysiek open, waardoor mensen toegang hebben tot het spoor. Er zit veel ICT in met internetverbinding. Bovendien zijn kritische processen zoals design en onderhoud altijd mensenwerk, en mensen kunnen fouten maken. Van Eekelen: “Als de spoorinfrastructuur faalt, hebben wij te maken met 1,2 miljoen ontevreden reizigers. Dan voel je echt wat BCM is. Ik heb dan ook maar één KPI: rijdende treinen.”

BCM-programma

Van discontinuïteit spreekt men bij ProRail als er 1.000 of meer treinen uitvallen. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer het spoor tussen Utrecht en Eindhoven twee dagen gestremd is. Maar ook als Station Utrecht Centraal gedurende drie uur plat ligt. Enkele jaren geleden bracht ProRail op basis van een Business Impact Analyse de kwetsbare punten en risico’s in kaart. Het BCM-programma omvat maatregelen om nieuwe kwetsbaarheden te voorkomen, potentiële risico’s weg te nemen en storingen zo snel mogelijk te herstellen. Er wordt onder meer fors geïnvesteerd in redundantie. Als één van de 13 verkeersposten van waaruit het treinverkeer wordt geregeld buiten werking is, kan de centrale verkeerspost in Utrecht deze functie overnemen. Ook de functie van de centrale verkeerspost zelf kan binnen enkele uren worden overgenomen. Onverwachte downtime van een verkeerscontrolepost wordt jaarlijks geoefend. Om de twee jaar wordt downtime in de centrale verkeerspost in Utrecht geoefend.

BCM by Design

Voor het ingrijpen bij storingen heeft ProRail een 24/7 crisismanagementorganisatie, die bij een grote crisis snel kan opschalen. Daarnaast zijn er veel specifieke scenario’s voor bijvoorbeeld extreme weersomstandigheden. Naast het verhogen van de weerbaarheid van systemen en aanpassen van kwetsbare situaties richt ProRail zich op nieuwe of te vernieuwen systemen en infra lay-outs: BCM by Design. “In een groot deel van het land zijn wij onze controlesystemen aan het moderniseren. Ze moeten voldoen aan strenge eisen waaronder redundantie, toegangscontrole, back up-functies en goede test-, simulatie- en trainingsmogelijkheden.” Om controlesystemen en stroomvoorziening beter in te kunnen zetten, worden emplacementen anders ingericht dan vroeger. Wanneer we emplacementen reconstrueren omdat het functioneel nodig is, bouwen we meteen zoveel mogelijk disaster tolerance in. We verliezen hierdoor, als een systeem uitvalt, slechts een deel van het station en niet het hele station.”

Pragmatische aanpak

Daarmee pakt ProRail het continuïteitsmanagement zeer breed aan: van preventie tot herstel en het wegnemen van mogelijkse risico’s. Het succes zit volgens Van Eekelen in de pragmatische benadering. “Alle key-speler zijn sterk geïnvolveerd. BCM is steeds beter ingebed in onze reguliere processen. Aan het zeer dichte spoornet in Nederland worden dan ook hoge eisen gesteld.”