Siemens is als partner betrokken bij een project van het The Hague Institute for Global Justice rond conflictpreventie in steden. Technologie kan hier een ondersteunende rol in spelen, maar het kan nooit in de plaats treden van sociale cohesie.

De projectpartners onderzoeken mogelijkheden om sociale conflicten in steden te voorkomen. In Den Haag is het Institute for Global Justice gevestigd en staat ook het hoofdkantoor van Siemens Nederland. ‘Wij hechten belang aan een veilige woon- en werkomgeving voor onze medewerkers’, motiveert Siemens CEO Ab van der Touw de deelname van zijn concern aan het project. ‘Steden staan op diverse vlakken met elkaar in concurrentie. Leefbaarheid en veiligheid zijn belangrijke vestigingscriteria voor bedrijven en internationale instanties. Niet alleen fysieke veiligheid, maar ook welvaart, culturele vrijheid en vrijheid van meningsuiting.’

‘Leefbaarheid en veiligheid zijn concurrentiecriteria voor steden.’

Co-creatie

Een groot deel van de portefeuille van Siemens is gericht op het beveiligen van vitale infrastructuur in steden, zoals transport- en energiesystemen. Ook zorginstellingen, politie en brandweer passen steeds vaker technologie van Siemens toe. Klassieke veiligheidstaken zijn arbeidsintensief; door de ontgroening en vergrijzing zal de komende jaren steeds minder blauw op straat te zien zijn. Om met minder mensen hetzelfde te kunnen blijven doen, is technische ondersteuning belangrijk. Het is volgens Van der Touw een van de redenen waarom de strakke scheiding tussen overheden en bedrijven begint te vervagen. Ze zijn aangewezen op elkaars kennis en kunde om de uitdagingen van morgen het hoofd te bieden. ‘De tijd is voorbij dat overheden in splendid isolation opdrachten verstrekten en bedrijven in splendid isolation leverden. We moeten het samen doen, in co-creatie. Ook dáárom zijn wij betrokken bij dit project van het Institute for Globale Justice: het brengt alle relevante partijen om de tafel.’

‘Overheden en bedrijven kunnen niet meer in splendid isolation naast elkaar bestaan.’

Technisch onderwijs

Dat ook onderwijsinstellingen meedoen, vindt Van der Touw een goede zaak. Nog steeds kiezen te weinig jongeren voor een opleiding in de techniek. In Europa staan momenteel ruim één miljoen IT-vacatures open. Bedrijven hebben de grootste moeite om technisch geschoold personeel te vinden. De industriesector worstelt met het imago van rokende schoorstenen, terwijl dit al lang verleden tijd is. In de moderne maakindustrie draait alles om digitalisering. De toekomstgerichtheid van deze sector bewijst het feit dat in Nederland één miljoen maakbanen ook één miljoen dienstverlenende banen borgen. Hoe komt het dan dat jongeren dit nog steeds niet op het netvlies hebben? Van der Touw zoekt het antwoord in het Nederlandse onderwijssysteem, dat helemaal is ingericht op sociale verheffing. De invoering van de Mammoetwet leidde tot een degradatie van het beroepsonderwijs en daarmee ook tot een daling van het aantal jongeren dat techniek gaat studeren. Bovendien vallen te veel jongeren buiten de boot, omdat hun thuisomgeving hun schoolcarrière onvoldoende kan begeleiden. Daarom pleitte Van der Touw als lid van de Commissie Onderwijs 2023 voor het invoeren van voldaags onderwijs, waarbij jongeren na school ook begeleid worden bij het huiswerk maken en sportactiviteiten.

‘Het Nederlandse onderwijs is nog steeds te sterk gericht op sociale verheffing.’

Sociale innovatie

Bewustwordingsprojecten op scholen en samenwerking tussen bedrijven en onderwijsinstellingen zorgen er inmiddels voor dat de belangstelling voor technisch onderwijs weer begint te groeien. We kunnen ook niet meer om techniek heen: via smartphones, zoekmachines en big data dringt het razendsnel de wereld van de alfa’s en bèta’s binnen. En wordt daarmee steeds meer gemeengoed, zegt Van der Touw: ‘In de jaren ’80 was techniek iets voor nerds, maar tegenwoordig is het van ons allemaal. Zo hebben inwoners van Texel en Lochem hun stroomvoorziening in eigen hand genomen. Deze mensen onderscheiden zich van de vorige generaties doordat ze weten hoe ze windenergie moeten opwekken. In dergelijke gemeenschappen vindt sociale innovatie plaats. Als je dát duidelijk maakt aan mensen, dan wordt ook duidelijk dat het onderwijs meer over digitalisering moet praten.’

‘Waar burgers zelf aan de slag gaan met technologie vindt sociale innovatie plaats.’

Sociale veiligheid

Kennis van en belangstelling voor techniek wordt ook steeds belangrijker bij het borgen van onze sociale veiligheid. Steden zijn ‘the place to be’ voor wonen, werken en studeren. Tegelijkertijd kampen ze met bottlenecks en zijn ze voor de hand liggende locaties voor terreur en sociale ontwrichting. Big data en slimme camera’s die patronen herkennen spelen een ondersteunende rol in de preventie van terreur. Wat de vraag oproept waarom dan een simpele spijkerbom het leven in de Europese hoofdstad onlang zo gruwelijk kon ontwrichten. Het antwoord is ontnuchterend: ‘De technologie is er, maar ons bewustzijn hinkt achterop. Dat moeten we nu door schade en schande ervaren.’ Waarmee nogmaals duidelijk wordt waarom technische opleidingen meer aandacht verdienen. ‘Hiermee helpen we jongeren verantwoordelijke burgers te worden, die niet langs elkaar heen leven maar alert zijn. Het dragen van verantwoordelijkheid naar elkaar toe is de kern van sociale veiligheid. Technologie kan hier een ondersteunende rol in spelen. Het kan echter nooit in de plaats komen van sociale cohesie.’